+31 (0)6 38 28 35 30 w.kruidhof@trendsenconcepts.nl
Selecteer een pagina

Hoe kunnen we de Twentse economie stimuleren?

De Blauwe Euro…..
Stel je hebt een euro en wilt daarvoor brood kopen. Om te kunnen traceren wat er met de euro gebeurt verf je de euro blauw en wel zodanig dat deze afgeeft op de vingers van een ieder die deze euro ontvangt. Je fietst met de blauwe euro naar de lokale bakker en koopt brood. De bakker krijgt blauwe vingers. ’s Middags vraagt de bakker aan zijn vrouw om vlees te halen bij de slager en geeft haar onder andere de blauwe euro mee. Even later heeft de lokale slager ook blauwe vingers. De volgende dag betaalt de slager de rekening van de plaatselijke installateur, die de koelinstallatie de week daarvoor repareerde. “s Avonds heeft de installateur ook blauwe vingers. De installateur, blij met de snelle betaling, betaalt op zijn beurt de plaatselijke boekhouder die zijn jaarrekening heeft opgesteld. Even later heeft ook de boekhouder blauwe vingers. Vier plaatsgenoten hebben dus inkomen uit jouw euro, een inkomen dat voor hen gelijkwaardig is aan inkomen van buiten de lokale economie. Stel nu dat je beslist om het brood bij de Albert Heijn te kopen. Die zelfde avond nog staat de blauwe euro op een bankrekening in Zaanstad. Hij is in Twente nooit weer gezien….

Moraal van dit verhaal: steeds meer producten en diensten die we in Twente consumeren worden door bedrijven van buiten Twente geleverd. Dat noemen we globalisering. Een wereldwijde trend die we in Twente zeker niet gaan stoppen. Maar dat hoeft en moet zelfs ook niet. Zeker in Nederland met z’n open economie en handelsgeest peuren we met z’n allen veel welvaart uit dit fenomeen. Hoe kunnen we dan binnen dit gegeven de Twentse economie verder stimuleren?

Instroom versus uitstroom van geld
We kunnen de Twentse economie beschouwen als een emmer waar aan de bovenkant geld binnenstroomt.

Dit geld kunnen we veelal vrij besteden (op belastingen na natuurlijk). Wanneer we geld besteden bij onze buurman blijft het geld in de emmer, dat wil zeggen: binnen de Twentse economie. Dit deel van ons verdiende geld circuleert door onze gemeenschap en vormt zo de zogenaamde “multiplier” : meer mensen in Twente verdienen hier hun boterham aan. Het deel dat we uitgeven aan producten of diensten die van buiten Twente worden geleverd kun je zien als een gat onderin onze emmer: het vloeit weg, bij voorbeeld naar Zaanstad. Geen verdere multiplier dus.
Voor een gezonde Twentse economie moeten we dus op twee zaken tegelijk letten:

1. Zorg dat er zo veel mogelijk geld boven in de emmer stroomt, dus export van producten en diensten.
Dat brengt nieuwe euro’s binnen en dat hebben we met z’n allen nodig. Dit is veelal beleid van onze bedrijven: groei, technologie, innovatie, export. Daar is Twente altijd goed in geweest en wordt door de inspanningen van o.a. Saxion, UTwente, ROC, Regio Twente, Novel-T, Provincie Overijssel en vele andere organisaties gestimuleerd. Een goede zaak, want die externe instroom aan middelen is de brandstof voor onze economie.

2. Voorkom onnodige uitstroom van geld uit de Twentse economie, de gaten onderin de emmer.
Sinds de vijftiger jaren van de vorige eeuw worden steeds meer producten en diensten die toen nog lokaal werden geproduceerd nu geleverd door bedrijven die buiten Twente zijn gevestigd. Een aderlating voor lokale werkgelegenheid en geldhoeveelheid. (Nu is het natuurlijk een feit dat we in onze regio niet alles zelf kunnen produceren. Wanneer we bij voorbeeld een nieuwe auto of TV willen kopen kunnen hiervoor niet bij een regionale producent terecht. Ook belastingen zijn zo’n onontkoombaar lek). Je zou verwachten dat hiermee in ons regionaal economisch beleid rekening wordt gehouden. Helaas moet je concluderen dat dit niet het geval is. Dit onderwerp is bij voorbeeld nauwelijks terug te vinden in de Agenda voor Twente.
Wat kunnen we hier nu concreet mee?
Concluderend stellen we vast dat er aanleiding is om een hoofdstuk aan het Twents regionaal-economisch beleid toe te voegen. Een beleid dat er op gericht is om onnodige en ongewenste uitstroom van Twents geld naar buiten-regionale leveranciers te temperen. Een beleid waar we ongehinderd door bovenregionale competitie (subsidies) en concurrentie met multinationals gewoon ons eigen ding kunnen doen. Dit beleid moet zichtbaar zijn, het moet een entiteit worden en een naam krijgen. We willen dit onderbrengen onder juridische entiteit die we “de Twentsche Compagnie” noemen. Een regionale maatschappelijke onderneming, gericht op stimulering van de regionale economie vanuit de onderkant: de gaten in de emmer kleiner maken. Dit als slimme aanvulling op de acties genoemd onder sub 1.

Waarmee kan de Twentsche Compagnie aan de slag? Twee voorbeelden:

1. Voedsel voorziening.
In Twente consumeren we voor 1200 miljoen euro per jaar aan voedingsmiddelen (Bron: Feeding the City 2016). Hiervan wordt minder dan 5% in Twente zelf geproduceerd. Hier ligt een enorme kans. Berekeningen tonen aan dat bij een stijging naar 15% eigen productie 1650 directe banen ontstaan. Hoe kun je dit stimuleren? Door boeren uit de ratrace van de huidige geglobaliseerde landbouwmarkt te trekken en zelf hun producten te laten veredelen naar voedsel (kaas, vleesproducten, groenten, kruiden). Onderzoek van het LEI toont aan dat het juist de landbouwproducenten zijn die er economisch het zwakst in hun productieketen voorstaan. En laat dat nou net dát onderdeel zijn dát in Twente zijn overgebleven. Zo worden er bij voorbeeld vijf keer zo veel varkens geproduceerd in Twente dan dat we aan varkensvlees consumeren. Maar de voedervoorziening, slachterijen, vleesverwerking en distributie/retail zijn in handen van buiten-regionale bedrijven.

De Twentsche Compagnie zou de boeren kunnen helpen om in de keten te integreren door zelf (wellicht in coöperatieve vorm) te voorzien in toelevering, verwerking respectievelijk retail. Kortom: ketenintegratie, waardoor de toegevoegde waarde (en winstgevendheid) van het product (voedsel) per hectare vele malen hoger ligt dan met de huidige landbouwproductie die nu tegen veel te lage prijzen de regio uitstroomt. Er zijn weliswaar vele lokale initiatieven op dit terrein, maar er is geen gezamenlijke regie om de regionale ketens (toelevering, productie, bewerking en detailhandel naar consument) integraal te organiseren.

2. Energie voorziening

Voor energie speelt zich in Twente het verhaal in dezelfde omvang en met de zelfde problematiek af. In de jaren vijftig van de vorige eeuw was Twente nagenoeg zelfvoorzienend voor de opwekking van elektrische energie. De steden hadden eigen gasfabrieken en elektriciteitscentrales. Grote productiebedrijven wekten hun eigen elektriciteit op. Na een serie van fusies dragen de Twentse consumenten en bedrijven tegenwoordig hun energierekening af aan logge multinationals als RWE en Vattenfall. Eigen energie opwekking in de regio draait de klok op haar eigen manier weer terug. Decentrale energie opwekking dicht een majeur gat onder in onze economische emmer. Samenwerking met en tussen energie initiatieven in de regio zou dit proces kunnen stimuleren. Wellicht kan ook hier de Twentsche Compagnie een katalyserende rol vervullen.