+31 (0)6 38 28 35 30 w.kruidhof@trendsenconcepts.nl

Wat we ook denken van het optreden van Donald Trump als nieuwe Amerikaanse president, zijn verkiezing heeft de vinger gelegd op regionale arbeidsmarktproblemen, Een groot deel van zijn kiezers voelen zich verliezers in de globalisering en wonen in Amerikaanse regio’s van waaruit veel werkgelegenheid naar elders in de wereld is verdwenen.
Ook in Europese landen is er sprake van een oproep tot een zeker nationalisme geïnspireerd door de eigen regio’s die de globale competitie verliezen. In de Nederlandse verkiezingen speelt als issue dat veel inwoners buiten de randstad het gevoel hebben dat ze niet meetellen. Gemiddeld gaat het goed in Nederland, maar niet in hun regio. Daarbij gaat het vooral om de effecten van de herstelde economische groei op de arbeidsmarkt.

Dit roept voor Nederlandse periferie regio’s de volgende vragen op:
1. Wat is het probleem in onze regionale arbeidsmarkt?
2. Wat veroorzaakt dit probleem?
3. Waarom werken de huidige oplossingen niet?

In de “Balans van de leefomgeving 2016” (rapport Planbureau voor de Leefomgeving) lezen:
“De economische groei (onder meer in banen en loonontwikkeling) kent een
concentratie in de stedelijke gebieden. Beleid, zoals de Agenda Stad, sluit hierop
aan: versterken wat sterk is. De verschillen tussen regio’s in Nederland zijn
daardoor groter geworden. Wanneer geconstateerd wordt dat de verschillen te
groot zijn, of regio’s onder een bepaalde norm zakken, zou het beleid aangevuld
kunnen worden met een arbeidsmarkt- en onderwijsbeleid op regionaal
schaalniveau. Fysiek beleid, gericht op investeringen in stenen, is hier minder
effectief dan investeringen in mensen.” (Conclusie onderwerp Ruimtelijke Economie).

Het proces van het stimuleren van ‘Pieken in de Delta’ en versterken wat al sterk is, is ene filosofie die al langere tijd wordt aangehangen. Dit gaat samen met adagia als het geld moet daar geïnvesteerd worden waar het verdient wordt en investeringen in periferie en krimpgebieden is weggegooid geld. Maar is het concentreren van economische groei in stedelijke gebieden, vooral in het westen van het land, een oplossing die iets met het eigenlijke probleem heeft te maken
Trend perifere regionale economie

Steeds meer lokaal geconsumeerde producten en diensten worden niet meer in de regio zelf geproduceerd. Perifere regio’s blijken deze uitstroom aan werk (en geld) onvoldoende te kunnen compenseren met de eigen export aan goederen en diensten. Daardoor krimpt de regionale economie en hiermee de regionale werkgelegenheid. Het betreft hier specifieke sectoren die vooral aan laaggeschoolden werk bieden (zie ook Twente Index 2016).

Regionaal arbeidsmarktbeleid

De Twentse arbeidsmarkt kent twee problemen:

1. onvoldoende hooggeschoolden
2. overaanbod aan laaggeschoolden

Het arbeidsmarkt beleid is gericht op de nationale inzet op innovatie, hightech en export van producten/diensten. Na meer dan dertig jaar technologie- en innovatiestimulering in de regio heeft dit de arbeidsmarkt problemen in Twente niet opgelost. De veronderstelde schoorsteenwerking die uitgaat van een groeiende kenniseconomie op banen voor lager opgeleiden, blijkt in praktijk beperkte resultaten op te leveren (Onderzoek Enschedese Rekenkamer). “Het landelijk beleid houdt onvoldoende rekening van de problematiek van perifere regio’s” (conclusie VNG rapport: Samen de regionale economie stimuleren).

Terwijl we helemaal niet hoeven te kiezen tussen hoog- en laag opgeleid. We kunnen in de regio bovenop het nationale beleid (nadruk op topsectoren in een globaliserende wereld) zelf een regionaal beleid ontwikkelen (regionale keten integratie, gericht op duurzame lokale werkgelegenheid). Hierbij komen bij beschouwing van onze regionale economie de volgende vragen op:

a) Waarom kopen wij producten en diensten in van buiten de regio terwijl we die zelf kunnen produceren? Zeker gezien het feit dat hiermee vooral laaggeschoolde arbeid is gemoeid. (In Twente kopen we bij voorbeeld 95% van onze voedselconsumptie, in totaal 1200 miljoen euro per jaar!, van buiten de regio in. Wanneer dat zou “verminderen” naar 85% levert dit al bijna 2000 banen op lager en middelbaar opleidingsniveau op);
b) Waarom zetten wij het grootste deel aan economisch beleid in op werk voor hooggeschoolden (hightech en innovatie) terwijl we nu al een tekort hebben aan hoog opgeleiden?
c) Veel Twentse bedrijven zijn kop-staart bedrijven, waarbij laaggeschoolde arbeid naar het buitenland is verplaatst. Is dit, gezien de regionale problematiek, wel zo logisch? Waar liggen de kansen voor reshoring?
d) Welke regionale clusters zouden in dit licht kunnen bijdragen aan de arbeidsmarkt voor laaggeschoolden? Zijn voor Twente nieuwe hierop toegesneden clusters denkbaar/mogelijk?
e) Welke regionale ketenintegraties (samenwerking kansrijke mkb bedrijven, verborgen kampioenen) kunnen aan een oplossing van onze arbeidsmarktproblematiek bijdragen?
f) Welke nieuwe vormen van werkgelegenheid moeten/kunnen we scheppen? Zijn hiervoor economische clusters met een sterke innovatie interactie denkbaar?

‘Twente first?’
Er is al het idee geopperd om aan Twentse streekproducten een werkgelegenheidslabel te hangen op de manier van:
“Hartelijk dank voor de aanschaf van dit product. Hiermee creëert U … uur werkgelegenheid in Twente!” Je zou dit een “Twentelabel” kunnen noemen.

In andere regio’s zoals Wallonië zien we vergelijkbare ideeën. Zijn dit allemaal ideeën vanuit een nieuw regionaal nationalisme? Waartoe leidt een ‘Twente first’. Een Twentixt? Of is gaat het om vinden van een nieuwe balans in een globaliserende wereld waar door sociale cohesie negatieve neveneffecten van de globalisering worden ondervangen.
twentefirst